Ventilatie

Ventilatie is essentieel voor een gezond binnenklimaat, maar te veel ventilatie levert onnodig energieverlies op.

Er zijn drie soorten ventilatiesystemen:

 

Illustratie: ventilatie

 

Natuurlijke ventilatie

  • Klepraampjes of roosters in de gevel en ventilatiekanalen naar het dak zorgen voor ventilatie. Ook naden en kieren dragen bij in de ventilatie.
  • Het is een slecht te regelen systeem met vaak overbodig energieverlies dat tot in de jaren 60 standaard werd toegepast. Vaak is er aanvullend een badkamer ventilator en een afzuigkap.
  • Er is veel energiewinst te behalen met een mechanische ventilatiesysteem met enige kierdichting.

Mechanisch afzuigsysteem met natuurlijke toevoer

  • Een ventilator zuigt via kanalen lucht  uit de keuken, badkamer en het toilet; ventilatieroosters (en soms klapramen) laten  schone lucht naar binnen, die roosters moeten dan wel open staan.
  • Dit systeem is veelal in drie standen te regelen en geeft bij goed gebruik, een meer betrouwbare luchtverversing en minder overbodig energieverlies.
  • De afgezogen warme binnenlucht kan met een warmtepomp worden teruggewonnen bijvoorbeeld voor het verwarmen van tapwater (zie warmtepompboiler onder tapwaterverwarming).

Balansventilatie met warmteterugwinning

Centrale balansventilatie

  • Een ventilatie unit heeft twee ventilatoren, de ene zuigt lucht uit de woning via kanalen af en de andere voert via kanalen verse buitenlucht aan. Door warmteterugwinning (wtw) wordt de koude lucht die binnenkomt opgewarmd met warmte van de afgevoerde lucht.
  • Ten opzichte van natuurlijke ventilatie is er tot wel 95% minder energieverlies.
  • Het kan lastig zijn om In bestaande woningen het kanalensysteem aan te brengen.

Lokale balansventilatie

  • Lokale balansventilatie  units worden in de te ventileren vertrekken geplaatst, met openingen door de buitenmuur voor de aan- en afvoer van lucht, zonder kanalen in de woning.
  • Ten opzichte van natuurlijke ventilatie is er tot 85% minder energieverlies.
  • Bij bestaande woningen kan voor deze optie worden gekozen.

Aandachtspunten:

  • Vraag altijd advies over de juiste manier om energiezuinig te ventileren.
  • Zet het ventilatiesysteem nooit uit en plak ventilatieroosters niet zomaar dicht.
  • Laat de installateur zorgen dat er geen geluidhinder optreedt. Leg bijvoorbeeld vast dat het geluidsniveaus niet meer mag zijn dan 30 dB.
  • Leg in de overeenkomst met de installateur vast hoeveel lucht het systeem afzuigt en inblaast en vraag een inregelrapport waaruit blijkt dat deze hoeveelheden worden gehaald.